Hoe ik mijn grondhouding als coach verdiepte en hoe dat anderen écht verder helpt.

Hoe ik mijn grondhouding als coach verdiepte en hoe dat anderen écht verder helpt.

Vanuit de theorie over coaching, psychologie en begeleidingskunde is er veel kennis rond grondhouding/ fair witness houding als coach, begeleider of therapeut.

In de afgelopen jaren, heb ik hier bewust aandacht aan besteed. Vanuit de mindfulness houdingskwaliteiten, vond ik het belangrijk vanuit oa vertrouwen, het niet streven, niet oordelen, met geduld en nieuwsgierigheid te coachen. Practice what your preach, dus die kwaliteiten wilde ik de coachee ook laten ervaren.

Dat ging goed, maar eerlijk is eerlijk, toch sijpelden daar onbewust mijn overtuigingen doorheen. Vanuit perfectionisme, ging ik toch de lat wat hoger leggen voor de coachee. Dat werkte soms wel en soms ook niet.

Vanuit de behoefte aan controle, ging ik soms voor de coachee zorgen waardoor het eigenaarschap niet meer volledig bij de coachee lag. Daardoor gebeurde het soms dat ik harder ging werken en de coachee achterover ging leunen.

Vanuit mijn neiging dingen te willen begrijpen en te duiden, werden gesprekken vaak cognitief. En zelfs met verschillende meditaties, waren de gesprekken eerlijk gezegd vaak nog behoorlijk analytisch.

Sinds ik in 2025 de Retraite Parenting Ourselves met S. Bögels en G. Langenberg heb gevolgd, is er een proces in gang gezet. Nadat ik de Post-Hbo opleiding (loopbaan)coachen met Ziel en Zakelijkheid van Blankestijn en Partners heb afgerond en door de eveneens succesvol afgeronde opleiding tot Somatic Soulcoach opleiding bij Yaxy, coach ik anders.

Anders? Ja, met meer diepgang, intuïtief, vanuit een hele stevige bedding en met open hart. Ik belichaam dit letterlijk en zit niet meer zo in mijn hoofd. Ook belangrijk voor mij: ik houd meer energie over tijdens het coachen.

Sindsdien krijg ik terug:

“Jouw coaching is heel goed in balans. De holistische benadering: gevoel en ratio. Maar ook balans tussen echt praktisch iets onderzoeken en even rust nemen of een opdracht op mij in laten werken.” Vrouw, 41 jaar

“Je hebt ruimte gegeven om zonder haast verschillende mogelijkheden te onderzoeken. Geduld met mezelf te hebben en dat het oké is te vertragen en te ontspannen.” Vrouw 55 jaar

“De laatste meditatie is mij echt bijgebleven. Ik heb opgeschreven wat ik heb gezien en wil dit graag de volgende keer met je delen.” Man 25 jaar

Ik ben nog steeds de professionele, warme en aandachtige coach, maar nu belichaam ik mijn visie en coach ik met hart & ziel.

Re-integratie begint vaak in het hoofd, toch ligt de sleutel ligt meestal ergens anders.

Re-integratie begint vaak in het hoofd, toch ligt de sleutel ligt meestal ergens anders.

Bij re-integratie komt er veel op je af: vragen van werkgevers en collega’s, verwachtingen en protocollen van je werkgever, het UWV en/ of een re-integratiebureau.

Logisch dat je hoofd overuren draait. Je wilt begrijpen, plannen en misschien oplossen.

Maar échte terugkeer naar werk begint niet bij denken.
Het begint bij voelen.

  • Wat vertelt je lijf?
  • Waar zit spanning, vermoeidheid, weerstand én waar is ruimte?
  • Kun je daar zonder oordeel bij blijven?

Lichaamsbewustzijn geeft signalen door die je hoofd niet altijd herkent. Het vraagt om vertraging, opmerkzaamheid, zachtheid. Geduldig blijven met zelfcompassie.

Niet omdat het ‘moet’, maar omdat het werkt.

In plaats van jezelf te forceren terug te keren naar ‘hoe het was’, kun je ook onderzoeken:
Wat wil ik vanuit mijn hoofd? Wat kan ik met mijn lijf? Wat mag ik mijn hart?

Re-integratie is niet alleen een route terug naar werk.
Het is een beweging naar binnen, naar balans tussen denken, voelen en zijn.

Juist dan kun je werken naar duurzame inzetbaarheid op een werkplek die bij je past. Op die momenten kun je gericht actie ondernemen en gaat de energie stromen. Dan zie ik tijdens re- integratie -en loopbaantrajecten mensen blij en nieuwsgierig worden!

Welke vraag stel jij als eerst die van je hoofd, lijf of hart?

Veerkracht en tegenslag

Veerkracht en tegenslag

Bij weerstand ontstaat kracht

Het leven

“We zijn nou eenmaal geen achttien meer.”, zei mijn meditatieleraar tijdens een van mijn opleidingen. Wat hij bedoelde, was dat het leven gepaard gaat met lijden, tegenslag, teleurstellingen, rouw, verdriet, pijn, ziekte en kapotte dromen. Hoe ouder we worden, hoe groter de kans dat we hiermee te maken krijgen.

Aanboren van onontgonnen grond

Wanneer je met tegenslag te maken krijgt, wordt je misschien eerst teruggeworpen in allerlei emoties. Je zit in de put, je wilt je het liefst verstoppen of je gaat juist volle kracht vooruit, in een overdrive. Allerlei mogelijk (stress)reacties op tegenslag.

Gaandeweg zal je misschien nieuwe dingen ondernemen en zo zelfs nieuwe vaardigheden ontwikkelen, nieuwe mensen leren kennen.

You only know how strong you are until you have to be strong. (Bob Marley)

Vooraf een wekelijks online terugkeermoment met mensen met Niet-Aangeboren hersenletsel (NAH) stelde ik de vraag:  “wat heeft je hersenletsel je gebracht?”

In eerste instantie zeiden deelnemers verbaasd te zijn van deze vraag, want hersenletsel betekent vaak verlies en (tijdelijk) afscheid nemen van wat niet lukt.

Uiteindelijk bleek dat in de hersteltrajecten nieuwe contacten en vriendschappen waren ontstaan, mensen meer tijd besteedden aan hobby’s en nieuwe activiteiten hadden ondernomen. Mensen zijn gaan wandelen, fotograferen, (weer) gaan schilderen of naar yoga en sportlessen gegaan.

Een mooie verzameling van opbrengsten na het oplopen van hersenletsel.

En niet dat je alle tegenslag maar moet omdenken of weg moet poetsen met iets positiefs. We zijn van nature gewoon geneigd te letten op het gevaar en onthouden daarom vaak vooral het negatieve in plaats van de voedende dingen.

Van dag tot dag

Ik kreeg deze week weer een aanmelding voor de retraitedag voor mensen met NAH. De deelnemer vertelde mij dat ze zich af en toe erg eenzaam voelt. Onbegrepen door haar omgeving. Stoeiend met de uitdagingen van iedere dag zoals mensen met NAH zullen herkennen.

Het gaf bij mij weer de urgentie aan van het organiseren van zo’n dag. Want mensen met NAH zijn super sterk, zetten door, zijn dagelijks hard aan het oefenen om te herstellen of ‘gewoon’ hard aan het werk om de dag door te komen.

’s Avonds nog met de laatste energie te kunnen koken of met compassie te kunnen zeggen:  jongens het lukt mij vanavond niet. Want zo kan het gaan, het kan een gevoel van falen geven. Iets is niet gelukt, iets wat je belangrijk vindt of altijd met gemak graag hebt gedaan.

Dat valt op zo’n moment vies tegen en is een teleurstelling. De kunst is de dag erop weer met goede moed de dag in te kijken en nieuwsgierig te blijven naar wat wél kan.